Artikel De mentor die het verschil maakt

De mentor die het verschil maakt

Krista Rigtering

Er zijn leerlingen die stil verdwijnen.
Niet van de ene op de andere dag, maar langzaam. Eerst een gemiste les. Dan vaker te laat. Een ziekmelding. Minder contact. Tot uiteindelijk de afstand tussen leerling en school zo groot wordt dat terugkomen bijna onmogelijk voelt.
Bij schoolverzuim en schooluitval wordt vaak gekeken naar cijfers, gedrag, thuissituatie of motivatie. Maar onder al die signalen ligt vaak een diepere vraag verborgen:
“Ziet iemand mij eigenlijk echt?”
Juist daar kan een mentor van onschatbare waarde zijn.


Een leerling wil niet altijd opgelost worden
In onderwijsland zijn we gewend om snel te handelen.
We analyseren, begeleiden, corrigeren, motiveren en sturen. Natuurlijk met goede bedoelingen. Maar soms vergeten we iets essentieels: een leerling hoeft niet altijd direct gerepareerd te worden. Soms wil een leerling eerst gehoord worden.
Echt luisteren betekent luisteren zonder direct een plan klaar te hebben. Zonder verwachtingen op tafel te leggen. Zonder alvast te bedenken wat “het juiste pad” zou moeten zijn.
Dat vraagt moed.
Want echt luisteren betekent ook ruimte geven aan ideeën die misschien niet passen binnen de standaardroute. Het betekent samen zoeken naar wat wél werkt voor deze leerling, op dit moment. Niet vanuit systemen, maar vanuit verbinding.
En juist in die verbinding ontstaat vaak beweging.


Schooluitval begint zelden bij onwil
Veel leerlingen die uitvallen voelen zich al lange tijd niet passend binnen het systeem. Ze ervaren druk, teleurstelling of het gevoel voortdurend tekort te schieten. Soms hebben ze het idee dat er vooral óver hen gesproken wordt, in plaats van mét hen.
Een mentor die echt contact maakt, kan daarin het verschil betekenen.
Niet door alle problemen op te lossen, maar door een veilige aanwezigheid te zijn. Iemand die zegt:
“Ik zie dat het moeilijk gaat.”
“Vertel eens hoe het voor jou is.”
“Wat heb jij nodig?”
Dat klinkt eenvoudig, maar voor veel jongeren is het uitzonderlijk.
Wanneer een leerling ervaart dat zijn of haar stem ertoe doet, ontstaat eigenaarschap. Dan wordt school niet langer iets wat over hen heen komt, maar iets waarin ze weer mee mogen denken.


De kracht van meegaan waar het kan
Soms hebben leerlingen oplossingen die buiten de gebruikelijke lijnen vallen. Een aangepast rooster. Meer praktijk. Tijdelijk minder vakken. Een andere leerroute. Eerst rust creëren voordat prestaties weer centraal staan.
Te vaak reageren we vanuit beperkingen: “Dat kan niet.”
“Zo werkt het systeem niet.”
“Dat is niet haalbaar.”
Maar wat gebeurt er als we beginnen met een andere vraag?
“Waar kunnen we wel in meebewegen?”
Dat vraagt flexibiliteit van scholen, maar vooral vertrouwen. Vertrouwen dat jongeren vaak verrassend goed weten wat ze nodig hebben wanneer ze zich veilig genoeg voelen om dat uit te spreken.
Niet alles kan. Maar veel meer kan wél wanneer de relatie centraal staat.


Misschien moeten we opnieuw kijken naar de rol van de mentor
In veel scholen is mentorschap een taak die “erbij” hoort. Vrijwel iedere docent is automatisch ook mentor. Maar lesgeven en mentorschap vragen niet per se dezelfde kwaliteiten.
Een goede docent hoeft niet automatisch een goede mentor te zijn. En andersom geldt hetzelfde.
Lesgeven draait vaak om didactiek, structuur, kennisoverdracht en klassenmanagement. Mentorschap vraagt iets anders:

* relationele sensitiviteit;
* luisteren zonder oordeel;
* vertrouwen opbouwen;
* signalen herkennen;
* veiligheid creëren;
* ruimte geven;
* gesprekken voeren zonder direct te sturen.

Dat zijn specialistische vaardigheden.
Misschien is het tijd om mentorschap niet langer te zien als een extra taak, maar als een vak op zichzelf. Een rol met eigen expertise, scholing en waardering.
Want wanneer een leerling vastloopt, is de kwaliteit van de relatie vaak belangrijker dan de kwaliteit van de les.


De mentor als anker
Iedere leerling verdient minstens één volwassene op school die werkelijk nieuwsgierig naar hem of haar is. Iemand bij wie je niet eerst hoeft te presteren voordat je gezien wordt.

Een mentor kan dat anker zijn.
Niet door perfect te zijn. Niet door alle antwoorden te hebben. Maar door aanwezig te blijven. Door te luisteren. Door niet meteen over te nemen. Door samen te zoeken.
Soms voorkomt dat geen moeilijke periode. Maar het kan wél voorkomen dat een leerling volledig verdwijnt uit beeld.
En misschien is dat uiteindelijk waar goed onderwijs begint: niet bij systemen, cijfers of protocollen — maar bij menselijke verbinding.

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.